Meisjes die elkaar beffen harige kut vingeren

Er staan er nog drie bij het Kremlin, verder zie je ze nooit meer. Onydische jongens zie je eigenlijk nooit. Gebruik het dagelijks, mits het witte laagje goed ingekookt is dan zie je de kristalstructuur mooi qwip — akelig Wagenings experiment waarbij een bakje kwark gekruist werd met een kip.

Dit is nog te zien in de bottenarme structuur van de kip die dan ook maar heel langzaam kan lopen en quop quop quop zegt. In het schortje zitten drie zakjes: De rest van het dorp blijft dan bij de vrouw om haar te ondersteunen.

Tijdens de blufscrabblepartij van Yoeke en Jan, op dinsdagavond 22 augustus ,  ontstonden de volgende blufscrabblewoorden van Sens tot Uda — de volgorde van het spel is aangehouden bij het noteren van de woorden —:.

Sens — Gevoeligheidsgraad tussen intuitief en hoog sensitief. Misschien aardig om erbij te vertellen dat de echte modista direct kan zien of een nieuw ontwerp comode is en zo ja van welke couturiers. Ak — mythologisch dier uit de voortijd waarop de held Wim zich voortbewoog over land, water, lucht en vuur, om de Wadden te vormen Rander — oud ambacht uit de krantenwereld: Leuk om te weten is dat ook het wortelstelsel capevormig is, al zie je dat natuurlijk niet.

Qibonk — aantrekkelijke man die misschien niet knap is om te zien maar wel veel energie qi uitstraalt. Hartwen — vertrouwd gevoel tussen partners die al jarenlang samen zijn Venade — ode aan de vagina klassieke dichtvorm Zwilf — romantische weemoed, mijmeren over zwijmelarij: Heneter — politiek getinte zelfgekozen term voor bewuste eter: Joap — beurse plek of schram op het onderbeen, opgelopen tijdens een potje voetbal bij de Graafschap.

Gaat meestal vanzelf weer over. Zeex — plek in het oosten van het land, ver weg van de zee, waar bewoners zeer trots op zijn. Breduhrer — Een breedschuddende logge landbouwmachine die veel herrie maakt en waarvan het nut iedereen ontgaat.

Oh, en niet te vergeten: Licht grijzend aan de slapen. Wordt rondgereden in een Jag en vliegt naar Milaan voor aanvulling van zijn garderobe. Eventueel met laarzen aan. En toch nog even één oefenpotje, in de aanloop naar zaterdag. De mooiste antilexicale vondsten van vanavond:.

Wrel Goddelijke neger van 1. Hij kookt net zo lekker als zijn moeder. Blauwbaard die zijn vrouw vernedert en gevangen houdt Folcx Hippe DJ waarvan iedereen denkt dat hij een player is maar hij woont nog bij zijn moeder Zuelah Man die totaal aanwezig is. In de dans laat je je volledig meevoeren en weet je niet waar je bent Hemiv Extreem oraal ingestelde man. Laat vrouwen flauwvallen van genot. Leuk voor een maand.

Proper en niet echt boeiend. Tea Gereformeerde man halverwege transitie naar vrouw. Hoe vaak ik niet thuis op de bak naast de telefoon heb zitten wachten. Deze is anders, deze houdt echt van me. Dat kennen we toch allemaal? Maar laat je nou niet kennen, veeg die snotneus af en zorg dat hij niks merkt als hij straks thuiskomt. Ik moet sterk zijn…’ ‘Dus wat ga je nou doen straks? Zodra hij binnenkomt bespring ik hem. Dat vinden ze vreselijk. Raken ze totaal van in de war. Zeker last van wroeging.

Je bent toch niet boos op me? Dit hadden we toch afgesproken met zijn allen? Als je andere meiden niet meer kunt vertrouwen, wie dan wel? Heb ik bewijzen voor deze complottheorie?

Nee, behalve het opmerkelijke feit dat je eigen vrouw áltijd seks wil als jij thuiskomt van een nachtelijke escapade zelfs als er niks is gebeurt en je alleen maar in gedachten overspelig bent geweest wil ze je ineens bespringen – terwijl jij nog met een andere vrouw in je hoofd zit.

En het kan geen toeval zijn dat vrouwen in de schuldige weken na je overspel ineens zo aardig zijn. Ze ruimt zonder morren de onderbroeken en sokken op die jij op de grond laat vallen. Ze verblikt of verbloost niet als jij het laaste wc-papiertje gebruikt hebt en geen nieuwe rol op de houder hebt gedaan.

Ze wil zelfs bepaalde dingen in bed die ze vroeger nooit wilde, en waarvan jij zeker weet dat ze ze echt niet voor haar plezier doet. Jullie verhouding zou waarlijk ideaal zijn als je je niet de hele tijd zo verdomd schuldig voelde.

En omdat al die liefde zwaar op je drukt vertel je het dan maar, op een avond. Eén ding moet je ze nageven: Ze zetten het hysterische verdriet nog eens lekker vet aan en voor je het weet heb je in paniek beloofd om de rest van jullie leven de vuilniszakken buiten te zetten en nooit maar dan ook nooit meer je rugbyteam mee naar huis te nemen na een wedstrijd.

Als ze maar bij je blijft. Dit is de volledige versie van het - iets ingekorte - artikel dat vandaag op de Forum-pagina van de Volkskrant is gepubliceerd. Het is een antwoord op het stuk van Arjan Peters in de Volkskrant van 7 maart. De discussie over de Gouden Doerian wordt hiermee afgesloten, in elk geval op dit weblog. Arjan Peters heeft natuurlijk gelijk. Het instellen van een prijs voor de slechtste Nederlandse roman, de Gouden Doerian, was een aardig initiatief.

Hij heeft ook gelijk als hij zegt dat de eerste uitreiking niet vlekkeloos is verlopen. Hij heeft gelijk als hij zegt dat het niveau van de kritiek die de jury kreeg zeer laag was. En hij heeft overdonderend gelijk als hij zegt dat de volgende Gouden Doerian een kritische jury verdient, die haar werk naar behoren doet. De Gouden Doerian heeft de nodige opschudding veroorzaakt. Literaire boeken werden hard en zonder eerbied behandeld, schrijvers schoten in een stuip en vergeleken de juryleden met nazi-kopstukken, juryleden stapten op en de Gouden Doerian voor het slechtste boek werd uiteindelijk niet uitgereikt.

Arjan Peters heeft wel enige reden om te beweren dat het niet allemaal vlekkeloos is verlopen. Er zijn ook enkele dingen waarin Peters geen gelijk heeft. Peters stelt dat deze jury, die bestond uit drie vooraanstaande critici Jeroen Vullings van Vrij Nederland, Maarten Moll van Het Parool en Michaël Zeeman van De Volkskrant , een van de beste boekhandelaren van Amsterdam Jaap van Straalen en een schrijver die tevens acht jaar bij diverse uitgeverijen als redacteur werkte Adriaan Jaeggi niet op haar taak berekend was.

Als dat zo is ben ik benieuwd bij wie hij wel de benodigde expertise hoopt te vinden om zo’n prijs uit te reiken. De meeste oud-politici hebben dat helaas al eens gedaan. Peters’ suggestie dat het juryrapport vol zou zitten met fouten is kinderachtig. Als de twee betwistbare voorbeelden die hij aanhaalt de enige zijn die hij bij elkaar heeft kunnen schrapen uit de overvloedige jury-rapportage, dan heeft de jury van de Doerian haar werk nog altijd een stuk beter gedaan dan de redacteuren van de meeste boeken die op de shortlist stonden, en ook een stuk beter dan de redacteur van de Volkskrant die de tautologie ‘individueel gekapitteld’ in Peters’ stuk liet staan.

Als Peters stelt dat de jury ‘zich de mond heeft laten snoeren’ door de reacties van o. Joost Zwagerman en Leon de Winter heeft hij ook geen gelijk. Er is geen sprake van de mond snoeren – Peters schrijft zelf dat de juryleden het doel van hun prijs ‘her en der in kranten en weekbladen’ hebben kunnen toelichten. Deze jury vond dat de gedachte achter de prijs – het signaleren van een groeiend aantal slecht geschreven en slecht begeleide boeken – niet gediend was met de uitreiking door een onvolledige jury.

Als een prijs als de Doerian ondergesneeuwd dreigt te raken door gekrakeel van schrijvers met een ego ter grootte van de Oosterscheldedam en tenen met de lengte van prijskomkommers, dan moet een jury niet haar eigen zin doordrijven, maar het doel van de prijs in het oog houden. Dat doel is grotendeels bereikt: Maar de jury is niet blind voor eigen fouten.

Zij is zich ervan bewust dat zij, door enthousiasme gedreven, in het begin te hard van stapel is gelopen. Het verwijt dat er tamelijk ongenuanceerd op boeken werd ingehakt mag gelden voor de longlist.

Maar die longlist gelijkstellen met de later gepubliceerde shortlist – waarin dieper wordt ingegaan op de tekortkomingen van genomineerde boeken, redacteuren en uitgevers – is dan weer appels met peren vergelijken. Op de shortlist van de Gouden Doerian worden géén persoonlijke aanvallen gepleegd zoals iedereen kan controleren op dit weblog , maar probeert de jury na te gaan wáár in het hele proces van schrijver tot boekhandel het is misgegaan.

Op de jurymotivatie bij de shortlist is tot nu toe dan ook geen kritiek van belang geweest. Tot slot mag de kritiek op de ondoorzichtige jury-procedure iets genuanceerd worden. De indruk is gewekt dat de longlist zonder overleg is samengesteld.

Dit is bezijden de waarheid. De procedure ging als volgt: Daarnaast zijn uit het publiek een stuk of twintig nominaties voor slechte boeken gekomen. De boeken die het vaakst genoemd werden, en de boeken waarvoor een volgens de jury steekhoudende motivatie werd gegeven, zijn op de longlist terechtgekomen.

Misschien een aanvechtbare procedure, maar wel duidelijk. Alle juryleden hebben vervolgens de longlist van tevoren gemaild gekregen met het verzoek erop te reageren. Bij uitblijven van reactie zou worden aangenomen dat het jurylid het ermee eens was. Ook Jeroen Vullings, het eerste jurylid dat opstapte, heeft de longlist vóór publicatie gemaild gekregen.

Hij heeft hem alleen niet gezien omdat hij op vakantie ging. Deze aanstaande vakantie had hij bij zijn aanvaarding van het jurylidnaatschap niet gemeld. Dat hij bij terugkomst twee boeken op de longlist aantrof die hij in Vrij Nederland positief had besproken was dus niet een fout van de jury, maar van een jurylid. Hopelijk is daarmee ook het bizarre gerucht uit de wereld dat de Gouden Doerian enkel werd ingesteld om enkele vrouwelijke schrijvers dwars te zitten.

De vraag die overblijft na al deze gelijkhebberij: Arjan Peters geeft zelf het antwoord: Ook dáár heeft Arjan Peters gelijk in. De ooit beroemde altsaxofonist Paul Desmond van wie gezegd werd dat hij klonk als een dry martini van het nog beroemdere Dave Brubeck Quartet Take Five, Blue Rondo a la Turk - daar neukten mijn ouders op was geen aardige man.

Maar wat heb je aan aardig? Uit zijn uitspraken in interviews met dank aan Floris Tilanus blijkt: Paul Desmond was de Scott Fitzgerald van de jazz. Hij werd geen schrijver omdat: If I want to tune everybody out, I just take off my glasses and enjoy the haze. Over de muziek van Ornette Coleman: Voor wie het bal gemist heeft: Ze spelen hun aanstaande tophit Teder lied , naar een gedicht van Rilke , in een vertaling van Menno Wigman.

Vooruit, we gaan nog heel even door met de discussie over de Gouden Doerian. Deze reactie kreeg ik van de uitreikers van de Gouden Tomaat. Reik uit, die Gouden Doerian! Gisteravond zou tijdens een feestelijke uitreiking bekend worden gemaakt welk boek zich mag sieren met de de titel ‘slechtste boek van het jaar’.

Ik weet niet of de genomineerde schrijvers al een kaartje voor het Bal der Geweigerden op zak hadden, maar het zal niet zonder een licht gevoel van opluchting zijn dat zij het bericht lazen dat de eerste uitreiking van de Gouden Doerian werd afgelast. De jury zou zich ‘ongeloofwaardig’ hebben gemaakt en legde met een friszuur afscheidsstukje en een shortlist haar taak neer. En dat is jammer, want op de redactie van Moose , de uitreiker van de Gouden Tomaat , de publieksprijs voor de slechtste theatervoorstelling van het seizoen, voelden we een zielsverwantschap met de organisatoren.

Onze Gouden Tomaat heeft zich nooit in de media-belangstelling mogen verheugen die de Doerian ten deel is gevallen, maar heeft zich in de loop der jaren wel ontwikkeld tot een niet meer weg te denken onderscheiding in het welgevulde prijzenfirmament van het Nederlands theater. Wat meer in de luwte heeft Moose de gelegenheid gehad om de argumenten voor een prijs voor slechte kunst op scherp te stellen. Deze argumenten gelden volgens mij ook voor de Gouden Doerian.

Moose heeft er altijd voor gewaakt om een instrument van critici en recensenten te worden. Ook de Gouden Tomaat is in de eerste plaats een prijs van het publiek. De verhouding tussen kunstenaars en critici zijn de afgelopen jaren op z’n zachtst gezegd minder ontspannen geworden en de recensent met een negatief oordeel wordt steeds vaker aangevallen op zijn of haar integriteit, zoals in dit geval Michaël Zeeman aangevallen werd door Joost Zwagerman.

Bovendien sprak de Doerian-jury sprak al snel grote woorden over De Nederlandse Literatuur om zich daarna te verliezen in muggenzifterij over slecht geredigeerde boeken. In de discussie rondom de prijs is het zelden gegaan over de eindgebruiker in dit proces: Dit is een gemiste kans.

Nederland leest vanuit professie, pure liefhebberij of een combinatie van beide grote hoeveelheden boeken en volgt het actuele aanbod van Nederlandse literatuur. De heavy users – studenten, bibliothecarissen, boekhandelaren, lezers van literaire tijdschriften, leraren Nederlands, leeskringleden - zien zich jaarlijks geconfronteerd met een onafzienbare lading nieuwe boeken. Juist deze veelgebruikers merken door ervaring dat er veel kaf is tussen het koren.

Door hen een stem te geven zal De Gouden Doerian veel aan legitimiteit winnen. Een tweede ding dat Moose altijd benadrukt heeft, is de kwaliteit van een slechte voorstelling: Voor literatuur geldt iets dergelijks: Bij film wordt deze kwaliteit al onderkend. Er zijn in Nederland diverse gelegenheden, festivals en clubjes die louter films van bedroevende kwaliteit tonen en bekijken. Waarom zou deze camp-factor niet kunnen worden aangesproken in de literatuur?

Door de kwaliteit van slechte voorstellingen te benadrukken bestaat de lijst nominaties voor de Gouden Tomaat ook niet uit nietszeggende, zinloze voorstellingen van voorzichtige makers, maar juist uit overmatig ambitieuze projecten of uit de bocht gevlogen experimenten van gerenommeerde namen.

Daardoor is de Gouden Tomaat voor theatermakers ook een geuzenprijs geworden, die de meeste winnaars –zij het met de glimlach van een boer met kiespijn- in ontvangst komen nemen. De Nederlandse literatuur verdient zo’n Doerian: Boven alles zijn de Gouden Doerian en de Gouden Tomaat prijzen over prijzen. Als er alleen al in Nederlans al zo’n dertig literatuurprijzen en zo’n vijftig toneelprijzen zijn die meer en meer worden ingezet als een stukje collectieve marketing voor de sector, dan lijkt me een klein beetje tegenwicht tegen al dat moois niet ongerechtvaardigd.

Het zijn twee prijzen die hun belang ontlenen aan het feit dat niemand baat heeft bij de uitslag tenzij u werkelijk gelooft dat het levensdoel van Michaël Zeeman bestaat uit het zwartmaken van Jessica Durlacher.

Tenslotte is het ook gewoon een kwestie van wennen. Een prijs voor slechte kunst heeft zich pas definitief een plek verworven als de discussie niet langer over de prijs gaat, maar over de winnaar. De Gouden Doerian kan dat alleen bereiken door jaar na jaar uitgereikt te worden.

Simon van den Berg Simon van den Berg is redacteur van theaterwebsite Moose. Ik geef u hierbij, op voorwaarde dat het strikt geheim blijft, de setlists voor het Bal der Geweigerden , vanavond. Dit mocht eigenlijk vanavond in Paradiso pas bekend worden, dus mondje dicht! Mijn favorieten zitten aan het begin en eind van het programma: En F Punt Starik natuurlijk.

En Menno Wigman niet te vergeten! Eerste set tijden zijn bij benadering Morgen is het Boekenbal. Voor wie graag wil rondlopen tussen de redacteurs, uitgevers en Harry Mulisch, hier een laatste tip: Loop bij binnenkomst meteen de trap op naar de bovenzaal, waar de schrijvers optreden. Stel u recht voor het podium op en wacht geduldig. Diverse schrijvers hebben aangekondigd na afloop van hun optreden hun kaarten voor het Andere Boekenbal de zaal in te gooien.

Als u geluk hebt en goed kunt vangen profiteert u van twee Ballen voor één prijs. NB Voor het Bal der Geweigerden zijn nog ongeveer kaarten te koop. Van sommige gebeurtenissen vraag je je af waarom ze in godsnaam nieuws zijn. Zo pikten de meeste kranten begin deze week een miniatuurrelletje in letterenland op: Het Bal der Geweigerden, volgens Hanneke Groenteman ‘een beetje een non-bal voor non-genodigden’, is een alternatief boekenbal met een uitgebreid programma van optredende auteurs en cabaretiers.

Omdat het Bal der Geweigerden plaatsvindt in Paradiso, op een steenworp afstand van het Boekenbal, is het goed mogelijk om je aandacht over beide ballen te verdelen – gesteld dat je was uitgenodigd voor dat Boekenbal en niet bent ontnodigd omdat je misschien ook een paar uur wil rondlopen op een evenement waar wél aandacht voor schrijvers is.

Laat ik eerlijk toegeven dat ik er één keer van mijn leven ben geweest, in Het was geen avond om over naar huis te schrijven, maar dat kan goed aan mij hebben gelegen. Ik ben geneigd om me niet erg op mijn gemak te voelen als ik me niet in of vlakbij Utrecht bevind.

Afgezien daarvan sluit ik me aan bij de hoofdpersoon uit Ronald Gipharts Giph: Vooral de zorgvuldig gecultiveerde illusie dat het Echt Heel Bijzonder is als je daarvoor wordt uitgenodigd.

In werkelijkheid is dat natuurlijk kul. Wie loopt er helemaal rond op het Boekenbal? Heel veel schrijvers, denkt u misschien. Dat heeft u fout gedacht. Dat hoop ik tenminste. In totaal zullen slechts zes auteurs op beide Ballen hun opwachting maken: Dat is dus precies één procent van het totaal aantal genodigden. Volgens Kraima zijn die schrijvers ‘wel een beetje egoïstisch. Ze blokkeren in feite de toegang van anderen. Zes verdomde zelfzuchtigen die het allemaal weer volkomen verpesten voor die andere, eerzame mensen uit het boekenvak, die nu al wakker liggen van vragen als: In NRC Handelsblad van maandag j.

Ik weet uit de eerste en de tweede hand dat zij geen van beiden om kaarten voor het Boekenbal hebben gesmeekt. Ze vroegen zich alleen af waarom ze eerst werden uitgenodigd, en vervolgens werden ontnodigd omdat ze vooraf andere verplichtingen hadden, zodat ze pas na het openingsprogramma zouden verschijnen. Bij andere bezoekers vindt de CPNB dat namelijk ook geen probleem – je kunt van tevoren gewoon aangeven of je wel of niet bij dat programma aanwezig bent.

Na een zwart op wit gedrukte leugen van deze botheid zou ik persoonlijk niet meer dood willen worden gevonden op het kutfeest van Kraima. Naar de lommerd met die gouden jurk!

In Nederland worden ieder jaar talrijke prijzen toegekend voor het beste boek van het jaar. Ettelijke jury’s buigen zich over de honderden literaire werken die ieder jaar verschijnen en kiezen het boek dat in hun ogen voor het beste door kan gaan. Die prijzen en bekroningen roepen aandacht op in de media, en in de boekhandel krijgen de uitverkoren werken extra aandacht.

Vooral het nominatie-systeem eerst de longlist, dan de shortlist wakkert de discussie over de Nederlandse literatuur aan: Door al die drukte kan de indruk ontstaan dat het uitbundig goed gaat met de Nederlandse literatuur. Er is veel media-aandacht voor de toppen van die literatuur.

De argeloze lezer raakt ervan overtuigd dat de Nederlandse letteren een bloeitijd doormaken, omdat er sprake is van een ongekend aantal hoogtepunten. Dat valt in werkelijkheid tegen. Waar toppen zijn, zijn immers ook dalen. Die mogen dan geen speciale aandacht krijgen, belangrijk zijn ze wel: Het groeiend aantal slechte en en slordig uitgegeven boeken in de Nederlandse literatuur heeft bovendien invloed op wat jaarlijks als ‘het beste’ wordt uitverkoren. De inflatie van wat als ‘goed’ wordt gepresenteerd zorgt ook voor inflatie van smaak en oordeel.

Bovendien vertroebelt het grote aantal onvoldragen boeken het zicht op boeken – vaak van minder bekende schrijvers – die het verdienen ook als hoogtepunt te worden ontdekt. Het is om die redenen dat, op initiatief van een van ons en met hartelijke en toegewijde medewerking van de anderen, de ‘Gouden Doerian’ werd ingesteld, de prijs voor het beroerdste boek dat het afgelopen jaar in het Nederlands verscheen.

De jury wilde daarmee de discussie over het peil van de literatuur en het literair bedrijf in Nederland aanzwengelen. Het gaat immers niet goed in de Nederlandse boekenwereld: Bij andere is de redactie hoogst instabiel: Daardoor daalt het niveau van de boeken en van de redactie op de boeken dramatisch, op zodanige wijze dat het lezen ervan een bezoeking wordt.

Dit heeft weer directe gevolgen voor degenen die afhankelijk zijn van de verkoop van boeken: Volgens de jury van de Gouden Doerian verkeert de Nederlandse literaire boekenwereld in een staat van ontkenning omtrent de ernst van de toestand: Daarom stelden wij de Gouden Doerian in - en uitdrukkelijk niet om individuele schrijvers aan de schandpaal te nagelen. De reacties waren niet mals.

De jury-voorzitter, Michaël Zeeman, werd door Leon de Winter, nooit te beroerd om een saluut aan de Tweede Wereldoorlog te brengen, meteen maar met Joseph Goebbels vergeleken. Hanneke Groenteman verslikte zich in haar snoepgoed, ‘spuugde op de grond op dat hele initiatief van die Doerian, zette haar hak erop en draaide heel hard’.

Freek de Jonge brieste over ‘Pubers Eén ding kan men over de toekenning van de eerste Gouden Doerian niet zeggen: Natuurlijk hadden wij als juryleden erop gerekend pijnlijke bezeerdheid bij auteurs en bij hun op slordigheid en onachtzaamheid betrapte literaire uitgevers bloot te leggen.

We hadden er zelfs op gehoopt: Wat de jury niet had verwacht, was dat zij vergeleken zou worden met nazi’s. Net zomin had zij gerekend op een serie paranoïde verdachtmakingen, onfrisse argumenten en onzindelijke redeneringen. De discussie had al snel het niveau van een stel dronkelappen die na sluitingstijd op straat gebroederlijk de kastelein uitkafferen. Een steeds terugkerend verwijt was dat het hier zou gaan om een clubje kwajongens dat een lolletje wilde beleven.

Volgens oud-Plantage-presentatrice Hanneke Groenteman ging het hier om ‘keldergeleerden’, hoogleraar Elsbeth Etty had het over ‘een hoog Propria Cures -gehalte’ kennelijk bedoeld als scheldwoord , en Leon de Winter had het over ‘literaire masturbanten’. Waren de juryleden van de Gouden Doerian werkelijk zo onvolwassen? Hoe deskundig moet je zijn om bevoegd geacht te worden als jury? Moet je inderdaad politicus in ruste zijn om overtuigend een literaire jury te kunnen voorzitten?

Als er niet gescholden werd, werd geprobeerd de jury monddood te maken. Leon De Winter richtte in Elsevier en Boekblad zijn pijlen op de boekhandelaar in de jury: Van Straalen mag zijn voorkeuren uitspreken, maar zijn afkeuren dient hij voor zich te houden’. Kortom, alleen zeggen dat je alles goed vindt, boeken verkopen - en verder je smoel houden. Joost Zwagerman deed het twee weken later nog eens dunnetjes over en riep in NRC-Handelsblad op tot een kopersstaking bij dezelfde boekhandelaar: Bij zoveel inspanning om niet alleen hemzelf, maar ook zijn bedrijf schade toe te brengen, werd het het boekhandelaar-jurylid te machtig.

En dus stapte hij op. Eerder had ook al Jeroen Vullings, criticus van Vrij Nederland, toegegeven aan de zware druk die op jury en prijs werd uitgeoefend en zijn biezen gepakt. En dus hadden wij een probleem: Wij hebben overwogen nieuwe, vervangende juryleden te zoeken. Maar een opgelapte jury is geen serieuze jury: Die nieuwe leden zouden noch het gesprek in de aanloop naar de longlist, noch dat ter vaststelling van de shortlist hebben gevoerd.

Een opgelapte jury is niet verantwoordelijk te achten voor de uitslag. Daarom presenteert de jury hierbij haar werk voorzover zij het heeft kunnen voltooien: Bij elk boek geeft zij haar motivatie zie hieronder. En daarmee legt de jury haar taak neer. Verbaasd en licht ontgoocheld, dat wel. Zij had stevige kritiek verwacht, en een debat; niet dat het haar onmogelijk zou worden gemaakt de prijs uit te reiken.

Ook in literaire kringen blijkt de onverdraagzaamheid te heersen die in Nederland steeds meer gewoon wordt, waarbij elke vorm van kritiek verdacht wordt gemaakt, de nuance als arrogant wordt beschouwd, en het debat als sfeerbederf. Zelfs schrijvers blijken schelden en tieren te verkiezen boven debatteren en analyseren. Het zijn waardevolle lessen voor de jury van de Gouden Doerian De jury van de Gouden Doerian Clark Accord – Tussen Apoera en Oreala Vassallucci Het meest treurig stemmend aan Clark Accord's roman Tussen Apoera en Oreala zijn de goede bedoelingen en de grote ambitie die er zo overduidelijk uit spreken.

Accord heeft geprobeerd een ‘hartverscheurend liefdesverhaal’ te vertellen, ingekleurd met intrigerende exotische gebruiken vol symboliek, Surinaamse en indiaanse mystiek en betoverend natuurgeweld, en hij heeft ook nog geprobeerd een stuk Surinaamse geschiedenis tot leven te wekken, zoals hij eerder verdienstelijk deed in De koningin van Paramaribo.

Des te tragischer is het dat hij in dit boek zo tekortschiet. Het resultaat van al zijn inspanningen is een schare karakters met exotische namen - Hononokwa, Sathobang, Sasamali, Binali, Joerhi-tokorho, etc.

Wat dit boek tot een uitputtende krachtproef maakt – voor de lezer – is vooral Accords stijl. Die is, om het voorzichtig te zeggen, wat opsommerig. De schrijver heeft zich tot taak gesteld elk detail, elke stemming, elk ritueel, elke gedachte, elk volksverhaal, elke profetie, elk middagslaapje en elk ook maar even de kop opstekend onlustgevoel van zijn karakters uitvoerig te beschrijven, maar heeft verzuimd daar enige vorm van spanning in aan te brengen.

Het resultaat is dat het boek grotendeels lijkt te zijn overgeschreven uit de kurkdroge onderzoeksverslagen van de indianen-inspectiecommissie voor Suriname en omstreken. Zo maakt Accord geen enkel onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Alles krijgt bij hem evenveel gewicht, ook een typische beschrijving als: Die ochtend had ze het kind bij een min laten zogen, waardoor haar borsten als overrijpe broodvruchten vooruit stonden, klaar om bij de geringste aanraking hun witte vruchtsap naar buiten te persen.

Als een fijnmazig netwerk waren de blauwe aderen onder haar huid zichtbaar. Niets aan haar gelaatsuidrukking deed vermoeden dat ze last had van de stuwing van haar borsten. Want dit is nog maar een kwart van een beschrijving die in de handen van elke redelijk efficiënte schrijver niet meer dan twee regels zou beslaan. Dat is de schrijver aan te rekenen, maar in dit boek heeft de dienstdoende redacteur de schrijver ook lelijk in de steek gelaten. Had men het op de uitgeverij nu werkelijk zo druk dat niemand de schrijver kon vertellen dat ‘weldadigheid’ niet hetzelfde betekent als ‘liefdadigheid’ p.

Had niemand de hand van de schrijver weg kunnen sturen van onbeholpen tangconstructies als: Had niemand hem kunnen behoeden voor onbeholpen onlogica als: Ad ten Bosch – Huidhonger De Arbeiderspers De jury heeft geaarzeld of dit boek op de shortlist moest komen.

Zo slecht is het nu ook weer niet. Ten Bosch is een ervaren schrijver Huidhonger is zijn vierde roman die de moed een beetje lijkt te hebben verloren. Ten Bosch lijkt in deze roman maar een beetje aan te klooien, met een merkwaardig dubbel effect: En dat terwijl het, blijkens de flaptekst, toch de bedoeling van de schrijver was een ‘buitengewoon zinnelijke, met grote zintuiglijke precisie geschreven liefdesroman’ te presenteren.

Met ‘buitengewoon zinnelijk’ doelt de uitgever waarschijnlijk op een uitspraak als dit, waarbij de hoofdfiguur zijn gevoelens voor zijn nieuwe geliefde probeert uit te drukken: De schrijver probeert hier door middel van een hyperbool zijn grote passie uit te drukken, maar: Is dat het beste wat zo’n vurige minnaar kan verzinnen?

Geen wonder dat hij de bons krijgt. Een passage die ‘met grote zintuiglijke precisie’ is opgeschreven is de volgende: In Huidhonger wordt gehint op jaloezie, bindingsangst, verdriet, maar geen enkele van die grote emoties vermag de lezer te raken, omdat het de schrijver zo overduidelijk ook niet veel kan schelen. Zijn vertellen ademt vermoeidheid, bijna verveeldheid, hoewel het onderwerp zo opwindend zou kunnen zijn: Hij heeft het allemaal wel gezien. Dat resulteert in stuurloos, gemakzuchtig proza, met af en toe een verrassende passage waarin Ten Bosch toont dat hij wel degelijk gloedvol kan schrijven.

In deze scène bevindt de hoofdpersoon zich op een feestje in New York: Men verbeeldde het succes van deze tijd: En hier had dat met geld te maken, met veel geld. Tegen een vette beloning olieden ze de geldmachines van de moderne roofridder.

Zie eens hoe we geslaagd we zijn! Morgen valt het vlees van hun botten en neemt een ander hun plek geruisloos in, heden niet. Een bonte verzameling intellect, stralend van talent, maar waarop gericht?

De jury wenst hem voor zijn volgende boek een onderwerp en een redacteur toe die hem opnieuw weten te inspireren. Emoticon De Bezige Bij Over dit boek is veel te doen geweest, ook voor de jury van de Gouden Doerian zich erover boog.

Jessica Durlacher is een publiekslieveling, maar met dit boek werd zij door de literaire kritiek vrijwel met de grond gelijk gemaakt. Haar eerdere romans waren bestsellers, dit boek heeft het hard te verduren gekregen. Er is alle reden om te zeggen dat Durlacher met dit boek als schrijver een stap terug heeft gedaan. In dit verband wil de jury wijzen op het vergelijkbare lot van Yasmine Allas, een schrijfster die met haar roman De blauwe kamer de shortlist voor de Gouden Doerian niet heeft gehaald, maar wel op de longlist voorkwam.

Allas debuteerde in met het goed ontvangen Idil, een meisje , dat diverse malen herdrukt werd. In verscheen haar roman De generaal met de zes vingers , waarbij de reacties tamelijk lauw waren. Afgelopen jaar verscheen haar vuistdikke roman De blauwe kamer, waarmee duidelijk werd dat Allas als schrijver de afgelopen jaren niet gegroeid is, behalve in het produceren van steeds meer woorden.

Jessica Durlacher en Yasmine Allas worden uitgegeven door dezelfde uitgeverij. Het zijn beide schrijfsters met een bijzonder verleden en een bijzonder verhaal, die een goede begeleiding nodig hebben. Beide schrijfsters hebben ook een potentieel groot publiek voor hun werk. De jury vraagt zich daarom af waarom hun uitgeverij niet zuiniger omspringt met haar schrijfsters.

De meer technische aspecten van Emoticon worden behandeld in het grondige essay van literatuurwetenschapper Fabian R. Natuurlijk geeft het geen pas Tessa De Loo met Faulkner te vergelijken. Maar zij mag ook de veters van Claus – die de laarzen van Faulkner aan het poetsen is – niet eens strikken. Ze heeft voor een ambitieuze constructie gekozen die ze niet machtig is. De stemmen in De zoon uit Spanje willen maar niet gaan klinken. Elk karakter spreekt met de stem van Tessa de Loo – en behalve dat dat de hele contructie overbodig maakt is het een vlakke stem, vol clichés, die op geen enkel moment verrassend of origineel is.

Misschien daarom laat de schrijfster de gebeurtenissen in zo’n onwaarschijnlijk tempo op elkaar volgen. Zo is Bardo, ‘de verloren zoon’, na dertig jaar eindelijk thuisgekomen om de verjaardag van zijn stervende vader te vieren.

De vader, die zijn zoon op zijn negentiende het huis uit stuurde, heeft dertig jaar geen enkele ontwikkeling doorgemaakt, maar als de zoon weer thuiskomt is het binnen een paar uur weer koek en ei tussen de twee.

. word aftrekken word .. beffen word begaafd elk word elkaar word elkander word haren word harig word 4 . elkaar . meisjes .. neuken .. kut uitmaken dubbel broeders brigadier likken harige aftrekken aftrekker aftrekking aftreksel aftreksom aftrektal aftroeven aftuigen . bef befaamd befaamdheid beffen begaafd begaafdheid begaan begaanbaar . bruiloft bruiloftsfeest bruiloftsplechtigheid bruin bruinharig bruinogig bruinvis . elimineren elite elk elkaar elkander elleboog ellende ellendeling ellendig els. aftrekken aftrekker aftrekking aftreksel aftreksom aftrektal aftroeven aftuigen . bef befaamd befaamdheid beffen begaafd begaafdheid begaan begaanbaar . bruiloft bruiloftsfeest bruiloftsplechtigheid bruin bruinharig bruinogig bruinvis . elimineren elite elk elkaar elkander elleboog ellende ellendeling ellendig els. aftrekbeperking aftrekken aftrekker aftrekking aftrekmogelijkheid aftrekpost .. beetwortelsuikerfabriek bef befaamd befaamdheid beffen befkraag beflijster elixir elizabethaans elk elkaar elkaars elkander elke elkeen ellebogenwerk harentwille harerzijds harig harigheid haring haring kaak haring kaakt haring. wist vind helpen genoeg uur elkaar kapitein mens meisjes beschermen nogal .. grot woning kut uitmaken dubbel broeders geïnformeerd herboren wonderbaarlijk harige clinton

Aziatische hoeren meesteres leeuwarden

Meisjes die elkaar beffen harige kut vingeren